ArtikelenNieuws

De Spaanse Zwarte Piet

Een bont uitgedoste ruiter galoppeert in volle vaart tussen de zich aan weerzijden opgestelde mensenmassa. Recht voor hem bungelt een gans levenloos aan een strak gespannen touw, de hals enigszins kaalgeplukt. De ruiter komt naderbij. Met een vloeiende beweging grijpt hij het beest bij de nek en geeft er een flink ruk aan. Met een luide ‘plop’ komt de kop los van de romp, bloed spuit uit de hals en bevlekt het paard en zijn berijder. Juichend keert de ruiter om, de ganzenkop bijna fijnknijpend in zijn gebalde vuist. De nieuwe koning van het Grevenbichtse ganstrekken is bekend.

Als het aan de Partij voor de Dieren ligt, wordt het ganstrekken vandaag nog verboden. De partij noemt de traditie, die in Nederland alleen in het Zuid-Limburgse Grevenbicht bestaat, ‘wreed’ ‘gruwelijk’ en ‘barbaars’. In juli 2014 kwam het bijna tot een verbod, maar na lang juridisch gesteggel trok de Folkloristische Vereiniging Gawstrèkkers Beeg, zoals de Grevenbichtse belangenorganisatie heet, aan het langste eind.

Het Grevenbichtse ganstrekken past naadloos in een rijtje tradities dat de laatste jaren op steeds meer kritiek kan rekenen. Van het debat over het al dan niet vervangen van Zwarte Piet tot het fruitcorso in Tiel (‘eten weggooien is niet meer van deze tijd’) en van het eventuele verbod op vuurwerk tot het Twentse vogelschieten: onomstreden volksvermaak is nagenoeg verdwenen. En dat geldt niet alleen voor Nederland. Ook in veel andere Europese landen zorgen tradities die tot begin dit millenium nauwelijks onder vuur lagen tegenwoordig voor grote maatschappelijke discussies.

Moros y christianos

Waar in Nederland het vooral Zwarte Piet is die de gemoederen over tradities binnen een multiculturele samenleving bezighoudt, ligt in Spanje een soortgelijk figuur onder vuur. De traditionele viering van het eeuwenoude feest van de moros y christianos (Moren en christenen) krijgt steeds vaker kritiek te verduren. Met moros y christianos vieren veel dorpen en steden, met name in en rond Valencia, het feit dat er een eind kwam aan de Moorse overheersing van Spanje. In 711 staken de eerste islamitische veroveraars de Straat van Gibraltar over en spoedig veroverden zij grote delen van het Iberisch schiereiland. Bijna achthonderd jaar lang maakten zij de dienst uit in grote delen van het tegenwoordige Spanje, totdat in 1492 er met de Val van Granada een einde kwam aan deze periode. De zogenaamde Reconquista, de Spaanse term waarmee de voortdurende oorlogen tussen Spaanse vorsten en islamitische koningen wordt aangeduid, was hiermee voltooid.

Met grote fanfarekorpsen, praalwagens en schijngevechten tussen ‘christenen’ en ‘Moren’ wordt deze episode elk jaar groots herdacht. Pronkstuk vormt in veel dorpen de meegevoerde La Mahoma, een metershoge pop die gebaseerd is op Mohamed, maar door de vrouwelijke vorm niet direct verwijst naar de heilige profeet. Hier blijft het echter niet bij. Vaak is de pop namelijk geen lang leven beschoren. In sommige plaatsen wordt de pop van de lokale kasteelmuur gegooid, in andere dorpen verbrandt men de pop en in het extreemste geval eindigt La Mahoma als sluitstuk van het nachtelijke vuurwerk: met kleine explosieven wordt de pop dan gedecapiteerd.

Het moge duidelijk zijn dat deze festiviteiten een doorn in het oog zijn van de Spaanse islamitische gemeenschap. Door arbeidsmigratie neemt deze gemeenschap sinds de jaren zeventig gestaag in omvang toe. Met name uit Marokko komen veel gastarbeiders die in Spanje werken in de industrie en tuinbouw. In veel regio’s besefte men zich tientallen jaren gelden al dat het verbranden van poppen die Mohamed moeten voorstellen tegen het zere been van de eigen moslimgemeenschap zou zijn en is de traditie langzaamaan verdwenen. Ook het Tweede Vaticaanse Concilie, waar de Kerk hamerde op goede betrekkening met andere religies, heeft voor verandering gezorgd. Maar rond de streek van Valencia tierde de popverbranding nog lange tijd zeer welig.

De aanslagen van 11 maart 2004 in Madrid en de rellen na de Deense Mohamedcartoons van 2005 hebben echter voor een kentering gezorgd. Veel dorpen pasten hun vieringen aan. Zo wordt in Bocairent La Mahoma weliswaar van de kasteelmuur geworpen, verbrand wordt de pop niet meer. Ook in het naburige Beneixama zijn er veiligheidsoverwegingen aanpassingen gedaan: de kop van de pop blijft op de romp. De burgemeester van het dorp stelt dat dit gedaan wordt omdat een onthoofding ‘sommigen zou kunnen kwetsen.’

De verandering die Moros y christianos doormaakt, valt samen met een herwaardering voor de Moorse geschiedenis in Spanje. Nog lange tijd na de dicatuur van Franco zijn generaties Spanjaarden opgevoed met het klassieke verhaal van de Reconquista: de goede katholieke Spaanse koningen versus de barbaarse islamitische indringer. Tegenwoordig is het verhaal genuanceerder en wordt er op neutralere toon gesproken over de islamitische geschiedenis van Spanje. Zo kan de vemaarde geschiedschrijver Ibn Khaldoun, die een groot deel van zijn leven in Granada doorbracht, op meer aandacht rekenen en komt er in het Spaanse geschiedenisonderwijs eveneens steeds meer nadruk op de wetenschappelijke kruisbestuivingen die zich op het Iberisch schiereiland voordeden tijdens de middeleeuwen. Bovendien kan je Spanje niet om het islamitische verleden heen. Zeker in het zuiden van het land staan overal grote bouwwerken die dateren uit de tijd dat Spanje nog Al-Andalus werd genoemd. Zo werd de klokkentoren van de kathedraal van Sevilla, de Giralda, in de twaalfde eeuw gebouwd als minaret en was de kathedraal van Cordoba Mezquita, oorspronkelijk een moskee.

Maar niet iedereen is ervan overtuigd dat de Spanjaarden voorzichter zijn geworden met hun vieringen van Moros y christianos doordat ze meer kennis hebben van het Spaanse islamitische verleden en moslim en hen heen niet willen kwetsen. Werner Thomas, als docent Spaanse geschiedenis verbonden aan de Katholieke Universiteit Leuven, is bijvoorbeeld van mening dat de Spanjaarden eenvoudigweg bang zijn voor represailles en dat zij daarom de feesten hebben aangepast. Van empathische gevoelens richting moslims is volgens hem geen sprake, anti-Moorse gevoelen voeren nog steeds de boventoon bij veel Spanjaarden, zo stelt hij, de herwaardering voor het islamitische Spanje van de middeleeuwen ten spijt.

Stereotyperingen

Hoewel er Spaanse moslims zijn die deze zaken aan kaak stellen, wordt er door de Spaanse overheid weinig gedaan om veranderingen door te voeren. La Mahoma wordt weliswaar niet meer verbrand of opgeblazen, verdere aanpassingen aan moros y christianos zijn voor velen uit den boze. Dat er binnen de vieringen van feest veel latent rascisme aanwezig is, wordt ontkend. Racismekritiek wordt achteloos weggewoven met ‘het is maar theater’ of ‘het is maar een spelletje’. Tot VN-interventie zoals in Nederland is het tot nu toe niet gekomen en massaprotesten of tegenmanifestaties zijn ook niet aan de orde.

Recentelijke gebeurtenissen hebben het debat over moros y christianos echter weer doen herleven. Evenals in 2004, toen de aanslagen in Madrid voor zelfcensuur zorgden, rijst de vraag in veel Spaanse dorpen of na de aanslagen in Brussel en Parijs en de opkomst van IS de tijd niet rijp is voor verandering. Die vraag lijkt echter met nee te worden beantwoord. De waarde die moros y christianos als ijkpunt van het eigene, als verbindende factor tussen Spanjaarden heeft, weegt vooralsnog op tegen alle kritiek die het jaarlijks festijn te verduren krijgt.

In Grevenbicht gansentrekt men rustig door, zich weinig aantrekkend van de groeiende commotie rond het kwelspel. Diezelfde houding lijken de mensen in Zuid-Spanje aan te nemen: het einde van moros y christianos is voorlopig nog niet in zicht.

 

Meer weten? Op zaterdag 12 mei komt Koen de Groot spreken over dit fenomeen op de ToenToer kennisdag. Klik hier voor meer informatie. 

Koen de Groot is historicus en Italianist.